Na de camping bij het Gardameer ging het binnendoor langs bedijkte risottovelden, dit is de Emilia Romagnastreek maar het lijkt wel Holland zo vlak is het. Peter fotografeert zilverreigers en een groepje onbekende vogels vliegt op, een soort witte aalscholvers.
Vlak na Faenza heuvelt het en dan zijn we in Brisighella, één van de honderd mooiste dorpjes van Italië.
Je bent meteen met vakantie als je 'Albergo La Rocca’ binnenstapt, hier zijn we vier dagen.
Alsof we langverwachte familie zijn, zo heet La Mamma ons welkom met twee klapzoenen, papa schrijft ons in.
Zoon Daniele is de kok en helpt ons met parkeren, onderwijl laat hij zijn keffertje uit. Daniele is de vierde generatie herbergier en is getrouwd met een Cubaanse vertelt hij ons later in goed Engels.
De kamer is ruim en hoog met uitzicht op bergen, beneden op het driehoekige dorpspleintje staat de blauwe Kangoo en links klatert een fonteintje.
’s Avonds eten we in het restaurant, achter ons een vader en zoon die Duits spreken en bier drinken, één tafeltje verderop kijkt een Engels echtpaar af wat wij bestellen.
Het eten is prima, zelfgemaakte tortellini en heerlijk zacht rundvlees, flinterdun gesneden, zuppa inglese en crème caramel, grappa en limoncello toe, moe maar voldaan rollen we het bed in.
Woensdagochtend gooi ik met een zwaai de luiken open – wat een gebaar, thuis wil ik dat ook! -, en zie vrouwen met plastic tasjes lopen.. dan het is markt.
Wonderlijk gevormde paars glimmende aubergines, oranje pompoenen, clementines uit Sicilië en roodbruine tamme kastanjes…het is echt herfst nu.
Peter koopt een pet en ik een sjaal en we bewonderen de drie rotsen met het kasteel, de klokkentoren en het kapelletje er bovenop. In vroeger tijden kwam je Brisighella binnen en dan parkeerde je de vermoeide ezel onder de bogen bij de herberg, daar was het droog en warm en rook het lekker naar eten, ik zie het zo voor me.
Brisighella heeft een wildwest stationnetje met één perron en enkelspoor, je kunt makkelijk per trein naar Ravenna via Faenza zonder parkeerprobleem.
Daniele heeft ons de Ravenna card aangeraden, het pasje geeft gratis entree in de UNESCO musea en kerken van de vroegere hoofdstad van het Westromeinse rijk.
Helaas bleek het pasje niet geldig voor de wereldberoemde San Vitale, slechts voor de San Apollinarekerk in Classe, wéér zeven kilometer verderop.
‘Eén uurtje met de bus’, sust men aan het loket maar ik dacht het niet..we zijn net een uur door mekaar gerammeld, schuin over twee stoelen geklemd,.
De trein stopte ermee na Faenza dus ging het verder per bus naar Ravenna, de instaphoogte is op Hollandse stelten berekend; een mini omaatje takelt zich met moeite naar binnen, maar binnen in de bus is de afstand tussen de rijen op Italiaanse beenlengte gehouden.
Het gaat keihard regenen maar bij de San Vitale sturen kleumende suppoosten ons het hele complex rond, een ingang blijkt uitgang te zijn, de kaartjesverkoop stagneert met eindeloos telefonerend kassapersoneel en rijen scholieren blokkeren de toegang.
Mokkend, druipend en verstrikt in een rode plastic wegwaaiponcho daal ik af in het schemerdonker van de crypte uit de zesde eeuw na Christus.
Als bij toverslag verdampt het toeristenleed, daar gloeien de kleurrijke mozaïeken op…ongelooflijk helder, alsof ze gisteren vers zijn ingelegd.
Lies

Geen opmerkingen:
Een reactie posten