Door Lies
Na het ontbijt rijden we naar de “Königsschlösser”, Neuschwanstein ligt hier om de hoek.
Er holt een hert door een dal, Milkakoeien liggen in een glooiende alpenweide.
Het Sound of Music landschap is te mooi om waar te zijn en dat gevoel wordt steeds sterker.
Beieren is een Efteling voor volwassenen, zo’n donkere klok en weerhuisje ineen
Koekoek!
Bij de wereldberoemde kastelen stikt het al van de fotograferende Japanners en busladingen andere toeristen in de rij voor tickets, wc of paardenkoets.
Rotaryclubleden zoeken een veilig heenkomen in jachthuizen mit Apfelstrüdel, lederwaren, juwelenwinkels en andere locaties voorbehouden aan de rich and famous.
Een oude man -staalblauwe blik, witte borstelsnor- steekt wankel maar nog zonder stok de straat over, gekleed in het loden kostuum van een jachtopziener, hoedje met veer op het hoofd.
Wat deed die in de oorl..don’t mention the war.
Ondanks het massatoerisme is dit indrukwekkend maar ik vraag me af wat iemand bezielt om op die rotsen een Disneykasteel te willen.
Het antwoord staat te lezen op een bord: Keizer Ludwig de Tweede bouwde Neuschwanstein als onderkomen voor de Heilige Graal, het ligt hoger en op steenworp afstand van Hohenschwanstein van Vati und Mutti.
Peter fotografeert slierten mist die over het meer drijven, erachter rijzen nog meer pieken.
WC’s zonder file zijn bij het Museum der Bayerischen Könige en ik struin er de shop af.
Bij aankoop van een Sissi ansicht en snoezige wilde rozen papieren zakdoekjes krijg ik het sjiekste tasje ooit, hemels lichtblauw.
Edelkitsch forever.
Het motregent weer.
Bij Füssen de grens over kom je direct in Oostenrijk, de zon maakt van het landschap een nieuwjaarskaart.
Schnell wat sneeuw in Peters nek want het smelt al van de bomen af maar hij is not amused.
Peter draait haarspeldbochten, je voelt het aan je oren, hij rijdt hier als een cowboy maar ik ben niet zo’n Heidi, na een uur Alpen is het welletjes voor blonde Greet; een berg staat in de weg en belemmert je uitzicht.
De temperatuur stijgt met de hoogte mee, zonnebril op, picknickend naast een overvolle Raststätte voeren we gretige mussen.
Rond vijven komen we aan in het dal bij Bolzano en bij de bed and breakfast.
Achter het huis loopt een kabelbaan, witte drakentanden steken boven donkere hellingen uit. Welkom bij Countryhouse Dolomiti in Ortisei, Sankt Ulrich in het Duits, alles is tweetalig.
We zijn gespot, het hek schuift open.
De hond schudt speels mijn rode sandaal rond en krijgt op zijn kop in het Duits.
Dat heeft meer autoriteit legt de eigenares uit, een gevalletje voor Cesar want de hond heeft er lak aan.
Binnen kijk ik kijk mijn ogen uit, dit adres is vast het mooiste.
Overal staat beschilderd antiek, je krijgt zin om ook een bed en breakfast te beginnen, zo gezellig is het.
Boven het wintersportstadje schijnt de maan.
We lopen langs etalages vol kerststallen en Pinokkio’s, hier is het basismateriaal hout.
Vlakbij de rivier vinden we restaurant Cascade, eten fantastisch gegrilde groenten, pizza en huisgemaakte tiramisu.
De klassiek zwart-witte ober waardeert mijn poging om in het Italiaans de rekening te vragen,
“Il conto per favore?“
”Molto bene!”, goed zo.
Hij knipoogt flirterig en ik voel me twintig jaar jonger.
We zijn in Italië!






Geen opmerkingen:
Een reactie posten