26 oktober, Florence en de pot met goud

Peter was er niet eerder geweest en dus heb ik de eer om hem Florence te laten zien.
We vertrekken bijtijds de Poggioheuvel af en forenzen per trein van Figline Valdarno naar eindpunt Firenze, stazione Santa Maria Novella.
Een jaar of vier geleden kwam ik hier vanuit Pisa aan met Annelies, zij was geslaagd voor haar examen en we vierden dat met Michelangelo’s beelden te gaan zien. We hebben toen een week door de stad gelopen, op elke straathoek het citroenijs proevend in het kader van vergelijkend warenonderzoek. Het mooiste beeld van Michelangelo stond vlakbij de grote dom, achter die toeristenfuik vind je een half voltooide “Pieta” in het aangenaam rustige Museo dell’Opera del duomo. Het is een ontroerende beeldengroep die behalve een dode Christus het oorspronkelijke blok marmer laat zien, alsof Michelangelo er zo meteen mee verder gaat, en die indruk wordt versterkt door het zelfportret wat erin verwerkt is, hij staat op de achtergrond, een kleine oude, beetje kromme man met een capuchon over zijn hoofd, ik heb er lang op een bankje naar die stille reus zitten kijken.
Het voelde alsof ik bij de paus op theevisite ben geweest, wat in feite ook zo was,.

Florence ligt er bij alsof ik niet ben weggeweest, de drukte bij het station, de kerken, de Via Faenza waar we logeerden en de marktstraatjes vol tassen en sjaals, de duiven en overal kerken en beelden.
Peter is aangenaam verrast door de sfeer, er zijn veel toeristen maar het komt niet massaal over het centrum is van de voetgangers, ik vraag: ‘Ben je er klaar voor?’
En duw hem dan nietsvermoedend om de hoek, in één keer staat daar de Duomo, de Santa Maria del Fiore bekroond door een immense koepel, vlak onder de top zie je mensjes op een gaanderij lopen en daarmee dringt pas goed de afmeting door van die enorme terracotta stolp.


Het grijzige ochtendlicht strijkt langs de met wit en groen en marmer vol gepuzzelde gevel maar het gebouw is nog niet echt wakker, het geeft zijn kleuren nog niet prijs.
Later bij de rivier de Arno komt de zon ineens vol door, op de terugweg lopen we opnieuw langs de Duomo en dan zet de ondergaande zon het hele ding in vuur en vlam en kunnen wet niet stoppen met fotograferen.


Het doet me denken aan mijn voormalige schoonmoeder, die zei dat je met roomboter alles lekker maakt, zelfs baksteen.
Iets dergelijks gebeurt steevast aan het eind van de middag en ik begin rekening te houden met dat verslavend mooie kwartiertje, de zon giet een pot vloeibaar goud leeg over Italië en het licht stroomt je overvloedig, bijna tastbaar tegemoet.
Het is magisch, maar als je het wilt vasthouden glipt het door je vingers, net als zand en als geluk.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten