In Duitsland
Achter het hotel staat een hardnekkig blatend schaap eenzaam bij de beek, bij nader inzien bleek het in gezelschap van een haan die zich de volgende ochtend vroeg liet horen, evenals de bijpassende kippen met sokken. In de buurt van Ulm holt een hert -der jacht ontkomen?- langs de bosrand, het wemelt van mannen met hoedjes en zo’n groen veertje erop. Daar niet ver vandaan grazen zachtgrijze kalfjes en koeien met horens en bel op een glooiende helling, hoe cliché kan het zijn.
Veel buizerds zien we, vaak in paren, en zwermen spreeuwen die in formatie vliegen en tegelijk de andere kant op zwenken als waren ze radiografisch bestuurd. De musjes op de camping durven dichtbij en eten uit Peters hand, maar het bescheiden roodborstje blijft op veilige afstand. We zien het meest vogels onderweg, die hebben natuurlijk èn grond, soms water maar vooral het luchtruim ter beschikking.

In Italië
Of je nou in Verona, Mantua, Venetië of Todi bent, er fladderen duiven in het rond. Dus zie je overal hun sporen; vuilwitte strepen eindigend in groene shit op oude gebouwen. Soms zijn net schoongemaakte antieke monumenten ‘begroeid’ met duifwerend ijzeren stekelhaar, daarmee is het probleem verplaatst want het ziet er ook niet uit.

Grote baarzen kronkelden er in het Gardameer, kleine visjes spartelen in de emmers van vissers aan wal om die grote mee te vangen, een lapjeskat soest op strategische afstand in de zon en wacht af. Bij Bassano zwemmen drie forellen onder de houten brug door in de rivier de Brenta, en een koppel ganzen peddelt tegen de stroom in.
Op het mozaïek in Ravenna heeft de goede herder uit de 6e eeuw zijn schaapjes kleurrijk op het droge, die lopen sinds de zesde eeuw niet meer weg.
Vlak voor Bologna pikken zilverreigers in het rond op een natte akker, een dikke muis – of rat? -schiet er tussendoor. Een zwaan zwemt in een smal slootje, het doet in de Povlakte toch al aan thuis denken met die sluisjes en dijken. Daniele de hoteleigenaar wijst ons een parkeerplaats bij aankomst in Brisighella en laat net zijn kefhondje uit. Het heet vast Fifi, zo ziet het bibberige beestje eruit. Alsof ze verplicht zijn bij wet, -een laatste streek van Berlusconi ?-, zoveel zie je die hondjes hier.
Nee, dan Rasca, de vuilnisbakrashond in Incisa Valdarno, ze is als baby langs de weg gevonden. Rasca heeft nooit genoeg van balspelletjes, als we het zat zijn moeten we “Basta!” roepen. De blauwgrijze poes wandelt ons appartement neus in de lucht binnen zodat je in een klap beseft waartoe je op aarde bent: in dienst van Hare Majesteit en wie zijn wij dat wij dit doen mogen.


Op weg naar Toscane grazen drie ezels en een wit paard naast een bron in de Monte Casentinesi, mensen hervullen vijf liter plastic flessen met water dat zomaar uit een rots stroomt. Bij de kapel van de Madonna dei Bagni huppelt een gezellig schaap met lange oren met de kruiwagen van de tuinman mee, alsof ze een hond is.
Het geestigste varken stond in een vitrine in het museum van Todi en was gemaakt van Romeins brons. En we ontmoetten daar Jane en Robert, zij vonden diverse honden en katten langs de weg, vooral Valentina schikt zich in haar babyrol.

Zomaar in een zijstraatje in Bevagna liet Alessandra, onze gids, dolfijnen op een Romeins mozaïek zien.
Op zoek naar de fresco’s van Benozzo Gozzoli belandden we in de kerk van Montefalco, de vogeltjes die naar Sint Franciscus luisterden vormen de leukste geschilderde scène uit zijn leven, het verhaal gaat dat ze dat deden op 4 oktober en sindsdien is het daarom dierendag.
Aandoenlijk ezeltjes op kerststalletjes gemaakt door Irene Kowalski, een jaren ‘20 Duitse keramiste, gezien in het museum van Vietri sul Mare bij Napels.

Tien zwerfkatten op de camping van Capo Vaticano mauwen het eten uit je mond en kropen in een split second toch onder het hek door als je even de andere kant op keek.
Op Sicilië wrongen we ons met auto en al om een imposante lobbes heen, een soort Sint Bernhard, bij de bed and breakfast bleef hij breeduit op het pad liggen. De vals blaffende andere honden bleven gelukkig achter slot en grendel, ‘s nachts was het huiluurtje waarbij alle honden in de omgeving aanhaakten.
De vissen verstopten zich bij de rots op de uiterste oostpunt van Sicilië, Porto Palo di Capo Passéro, hoe lang de man met de lieslaarzen en het net ook in het water tuurde. Ook de tonijn is er foetsie, de vissersboten, tegen het boze oog beschilderd, liggen er werkeloos bij, oude tonijnfabrieken zijn ingestort of tot sjiek restaurant omgeturnd.

In het rumoerige café van Noto dronken we koffie en toen was er het witte hondje met de onschuldige blik op de arm van een vrouw met zwarte paardenstaart. Zachtjes praatte ze tegen hem, die schattige toiletpapierreclame-puppy was ook langs de weg gevonden.
Witte eenden die in de bron van Arethusa in Syracuse rondzwommen tussen het hoge papyrusriet. Pal naast zee was het een bizar kleine vijver, voor het riet en voor de eenden.
De bruine poes op de Eolische eilanden die opgelucht mauwde toen Peter eindelijk aan kwam lopen, een uur later dan afgesproken terug van dansen op de vulkaan.
Een zwerfkat op de arm van een weesjongetje, gezien op de foto expo in de kerk van Pompeï.

Het koppel zwanen bij Tarquinia dat langs de vloedlijn scheerde toen wij moesten gaan varen in een vliegende storm, het gaf me toch wat moed..
De vis van vijf meter lang die in tegenovergestelde richting de veerboot naar Spanje passeerde, vanaf het dek zag Peter hem spuiten, was het een bruinvis?
In Spanje
Bij het hotel in Barcelona staat een schoteltje dierenvoer op straat met een rij brandende waxinelichtjes, in de verste verte is niemand te zien..een kerstdiner voor een straatkat?
Thuis in Delft aangekomen wacht poes Ollie en klimt op schoot zodra ik me in de luie stoel nestel, oost west thuis best.
Peter heeft onderwijl foto’s gemaakt van schuwe witte reigers, ’s morgens en ‘s middags vissend in de Rio Seco en de Rio Grande.

Een specht liet zich daar duidelijk horen maar niet zien, en dan was er nog een ijsvogel die Peter wel en ik niet gezien heb, gelukkig had hij de foto’s nog.
Vliegen, ze kwamen suffig uit hun winterslaap ergens in de stacaravan en lieten zich zo van tafel vegen, geen eendagsvliegen dus.
Een groot beeld van een stier bij de arena van Ronda en prachtige levende echte roodbruine stieren in de wei ergens onder Jerez de la Frontera. Ik zou zeggen: niks meer aan doen.

Acht gieren, hoog boven de kloof van El Chorro rondcirkelend als masters of the universe.
Een kudde geiten tijdens de zonsondergang bij Alora, klingelend langs de rivier Guadalhorce.
Een uurtje later zien we weer grote vogels cirkelen; ooievaars! Hun nesten vormen kilometers lang de feestelijke versiering van telefoonpalen, als we de volgende dag horen dat er binnen vierentwintig uur thuis twee baby’s geboren zijn we niet verbaasd..

Een visdiefje duikt in de wetlands bij het kleine haventje van El Rompido, de kreken lopen weer vol. Steltlopers en aalscholvers waden er in de Marismas de Piedras naast de golfterreinen, in hun element.
Muilezels en paarden sjokken door het zand in het wildwest gehucht El Rocío, de staarten kort en recht afgeknipt of in een sjiek knotje gedraaid, ze trekken toeristenkoetsjes en zijn versierd met belletjes.
Wadend in de lagune voor El Rocío treffen we ze eindelijk, en wat een wonderschoon plaatje: Flamingo’s!

In Portugal
Ook hier staan de flamingo’s, krabbend in de modder met hun kromme snavel.
Daarachter staan lepelaars die als een stofzuiger de bodem van de zoutpannen bij Tavira afscannen van links naar rechts, een gek gezicht.
En weer die ooievaar..
lies
Geen opmerkingen:
Een reactie posten