Eerder schreef ik over de diefstal van mijn tas uit de auto. Dat was een vervelende ervaring, op nota bene de eerste dag dat ik alleen reisde. Ik ben toen de eerste de beste afrit van de tolweg afgegaan en vroeg aan het personeel bij de tolpoortjes naar het dichtstbijzijnde politiekantoor. Dat was er niet, maar ze wilden graag de politie voor me bellen. Ik kon blijven wachten, ze waren al onderweg. Na drie uur wachten kwam er eindelijk een politieauto en ik werd allervriendelijkst geholpen door twee agenten. De één sprak geen woord Engels, de ander gelukkig wel, want ik spreek nauwelijks Spaans, laat staan Catalaans, want ik had te doen met de 'Mossos d'Esquadra', de autonome politie van Catalunya. Ik vertelde wat er was gebeurd en wat er was gestolen. Dit ging als volgt: agent 1 vroeg me iets in het Catalaans, agent 2 vertaalde dit in het Engels, ik gaf antwoord in het Engels dat weer werd vertaald door agent 2, waarna agent 1 het invulde op een document met meerdere doorslagen. Het waaide erg hard, waardoor de formulieren regelmatig door de war waaiden. Tijdens het lange wachten had ik een lijstje van de gestolen spullen gemaakt en dit vertaald in het Spaans met een app op mijn smartphone, die gelukkig niet was gestolen. Ik kreeg nog een compliment van de agenten dat ik zo’n mooie Spaanse lijst had gemaakt, die ze alleen maar hoefden over te schrijven. ‘Dat heb je zeker met je telefoon gedaan’ zei één van de agenten, waarna hij zijn smartphone uit z’n zak haalde. Ik herkende het ding meteen en liet daarop de mijne zien. Alle twee stonden we te glunderen met onze Samsung Galaxy SII in de hand. Dat schept een band. Om te demonstreren dat hij ook kon vertalen tikte hij een zin in het Spaans en vertaalde die in het Nederlands. De spanning was gebroken. Na afloop kreeg ik een kopie van het proces-verbaal en nadat zij mij vertelden hoe ik weer terug op de tolweg kon komen gingen we uit elkaar.
Pas later, toen ik de formulieren nog eens grondig inspecteerde, bleek dat de doorslagen nauwelijks leesbaar waren. Met behulp van mijn Spaanstalige schoondochter heb ik een e-mail gestuurd met de vraag of ze een leesbare kopie van het proces-verbaal wilden sturen. Na twee weken kreeg ik een reactie, dat ze mijn mail hadden ontvangen. ‘Daar hoor ik nooit meer iets van’, dacht ik toen nog.
Tot mijn verrassing ontving ik deze week een reactie. Een nette, in het Nederlands geschreven e-mail, met als bijlage een leesbare scan van de formulieren.
Groeten Sr.Bijleveld, we melden dat ik uw e-mail over uw aanvraag dat kan in je eigen taal worden vertaald in de klacht die je ingediend bij 965518/2011 nummer ontvangen. Ik ben blij om u te informeren dat ik aan deze overlegging van de documenten die u op verzoek bij te Goodbye
sergeant xxxx
het hoofdkantoor van de politie meldingen
Catalaanse politie
USC Cambrils
Omstandigheden van het feit:
.. Dat was circuleren op 21/12/2011 op de A7 zuidelijke richting en 177 kilometer ten zuiden richting het naderen van een wit busje, indicantlos ze hadden een probleem met de wielen
.. Ze liet de auto terug naar comprobarles en heeft gemist de handtas
We blijven inspanningen om de feiten te verduidelijken. Als de positieve stappen, stelt hij verslag uit aan VI
Deze e-mail deed me sterk denken aan een verhaal van Remco Campert, genaamd ‘Totzoens’, tevens de titel van onze weblog. Probeer het eens aan iemand voor te lezen. Mij lukt dat nog steeds niet zonder in een schaterlach uit te barsten.
"...Zo'n voorval heeft natuurlijk alles te maken met gebrek aan kennis van de Spaanse taal. Een keer ging ik in hetzelfde land een sigarettenwinkel in om postzegels en een envelop te kopen, produkten die men zich daar naast de rookwaren kan aanschaffen. 'Tabacos' staat er op zo'n winkel, een woord dat een beetje doet denken aan het soort Spaans dat je op je eigen houtje verzint als je nog heel jong bent.
Ik wist dat het woord voor postzegel 'sello' was en dat een envelop een 'sobre' was; er kon dus weinig misgaan, dacht ik. Maar de winkelier keek me wanhopig aan toen ik mijn bestelling had geplaatst en begon weifelend achter zich te tasten naar een sigarettenmerk waarvan hij bijna zeker wist dat het niet bestond.
Later, toen alles op zijn pootjes was terechtgekomen, vroeg ik me af hoe het nu allemaal geklonken zou hebben als het Nederlands was geweest.
Ongeveer zo, vermoed ik.
'Goedegommel.' (Dat is mijn ochtendgroet bij het binnenkomen van de winkel.)
'Wat wenst u?' (De winkelier heeft al iets schichtigs in zijn blik gekregen.)
'Twee pestzagels van zus peezzetas en een vanderlop, astamblief.'
'Wèlk merk zei u precies?'
De winkelier begint aan een lange opsomming van zijn sigarettenmerken. Ik begrijp dat er iets niet goed is gegaan.
'Nee, nee, geen sigoeretzums. Ik wil hebben poeszeggers en een ankerdop. Asserbieft.'
De winkelier helpt eerst een paar andere klanten en drukt me dan een doosje lucifers in de hand.
Verdomme, ik spreek het toch zeker duidelijk genoeg uit. 'Poostzeven,' bijt ik hem toe. 'Twee van zus. En een anvulflop.'
Gelukkig komt er nu een klant binnen die ook postzegels moet hebben en ik begin opgewonden knikkend op de te voorschijn gebrachte zegels te wijzen. De winkelier begrijpt me en even later heb ik er twee van zus te pakken en kort daarop mijn vanvulvop.
'Muy bien, muy bien,' zegt de winkelier zoals men tegen een kind spreekt dat een eenvoudige optelsom tot een goed einde heeft gebracht.
'Hel god, hel god,' echo ik tevreden.
En met een welgemeend 'tot zoens' verlaat ik de zaak."
Uit de gelijknamige bundel ‘Totzoens’ van Remco Campert (Bezige Bij, 1986)
Peter
Geen opmerkingen:
Een reactie posten